Black,  Freeman, Gibbs, Green, Rigby, Rochester en Zapfe

Het verloren gaan van een Halifax B/GR Mark II bommenwerper en wat daaraan vooraf ging, wordt hier gezien door de ogen van de laatste man, Flight Sergeant Merton Earl Zapfe, in de visie dat het vliegtuig in de Morsebelpolder is neergestort. De beschikbare gegevens laten echter ook de conclusie toe dat het toestel is aangeschoten ergens boven Nieuwkoop en dat de piloot heeft getracht een buiklanding te maken in de Morsebelpolder. Aan het wezen en de conclusies van het verhaal doet dat evenwel niet toe of af.

Het is even rustig. Zapfe leunt achterover, maar blijft wel via de plexiglazen panelen aan de achterzijde van het vliegtuig alert op wat er buiten gebeurt. Het was een inferno, daar in het nachtelijk duister boven het Roergebied. Een ongelooflijk schouwspel, dat bijna mooi zou zijn als het niet zo echt was. Onder je, in Dortmund, het trage ontploffen van de zware bommen. Waren dat de hunne? Het duurde even voor de twee 1000-ponders neerkwamen, en dan waren zij al weer verder. Naast je de venijnige ontploffingen van het Duitse afweergeschut, dat je wel kon horen maar niet zien aankomen, behalve als ze lichtspoormunitie gebruikten. Dan leek het op iets dat ze 70 jaar later een lasershow zouden noemen. De hele hemel was ermee gevuld, net als met de stralen van de enorme zoeklichten. De vijand verdedigde het oorlogsindustriële hart van Duitsland uit alle macht. En boven je, of liever: aan alle kanten, hoorde je het snel aanzwellende gebrom en bijbehorende mitrailleur- en kanonvuur van de vijandelijke jachtvliegtuigen. Het was een wonder als je er doorheen kwam. Op de heenweg was het nog relatief rustig geweest. Zij maakten toen deel uit van een gigantische luchtvloot, 826 bommenwerpers, alle toestellen die in Engeland en Schotland beschikbaar waren. De meeste andere toestellen waren ze al vlug uit het oog verloren, alleen een deel van hun eigen squadron was nog in de buurt.

 

Ze waren op zichzelf aangewezen. Alleen de duisternis was er om hen te beschermen, en hun boordwapens: negen Browning .303 mitrailleurs: één voor, vier in een koepel op de rug van het toestel en de vier achter, van staartschutter Zapfe. Hij heeft er heftig mee geschoten, maar of hij iets geraakt heeft, weet hij niet.

De Canadese staartschutter Sgt Merton E. Zapfe

Contact met formatie verloren    

De twee Canadezen aan boord van de neergeschoten Halifax: Sgt. M.E. Zapfe en Sgt. Henry G. Freeman

 

Nu vliegt de Halifax van Zapfe, de HR 836, bijna alleen, hun formatie is volledig uit elkaar geslagen. Minstens één toestel is geraakt en neergestort, van de anderen weet hij het niet. Alleen de HR 835 is er nog. Ze vliegen broederlijk naast elkaar, eerst gaat het richting Apeldoorn, daarna via Alkmaar en aan de andere kant van de Noordzee via Flamborough verder naar Snaith, hun basis in Yorkshire, waarvandaan ze om een uur of elf ’s nachts zijn opgestegen. Even heeft Zapfe rust. Twintig jaar is hij pas. De commandant van het vliegtuig die als piloot voorin zit, Flying Officer Rigby, is al 21. Met z’n zevenen zijn ze. Voor allen is het de eerste operationele vlucht. De Halifax is ook nieuw. Dat is niets bijzonders, de levensduur van een bommenwerper is maar kort. Het squadron waar ze deel van uitmaken heeft op papier een sterkte van 24 toestellen, en in de laatste acht weken zijn er maar liefst 25 verloren gegaan. De bemanningen volgen elkaar zo vlug op dat je veel van die jongens niet of nauwelijks kent.

Ze komen boven Essen. Daar gaat het mis. De HR 835 wordt geraakt. Zapfe ziet het toestel brandend omlaag gaan. Het komt neer op een woning aan het Parkfriedhof, van de symboliek van die straatnaam heeft Zapfe geen weet. Zelf ontspringen ze de dans, maar ze zijn nu wel alleen.

Om aan iets anders te denken peinst hij over thuis, Canada, waar zijn zusje van acht nog bij zijn ouders woont en de vier oudere broers al het huis uit zijn. Twee van hen zitten ook bij de luchtmacht, Graydon en Bill. De laatste raakte als Flying Officer onlangs vermist, is neergestort met zijn vliegtuig. En Gerry dient bij de marine, die heeft al meer dan 25 overtochten tussen Amerika en Engeland op zijn naam staan. Een jaar geleden deed Zapfe eindexamen, nam hij afscheid van zijn rugby club en de kerk, en meldde hij zich voor het leger. Hij werd met legernummer R/139842 ingelijfd bij de Royal Canadian Air Force. Hij kreeg een opleiding tot air gunner; al op 28 augustus 1942 slaagde hij voor de laatste test. Daarna, in Engeland, duurde de vervolgopleiding nog het langst, het laatste onderdeel was een cursus vliegen op grote bommenwerpers. Op 15 mei 1943 rondde Zapfe die af, waarna hij als Flight Sergeant werd gedetacheerd bij 51 Squadron RAF.

Gedeelte uit het 'Operations record book', van 51 Squadron RAF d.d. 23/24 mei 1943. 'Nothing further was heard'.

Neergeschoten door Messerschmitt    

Nu is het 24 mei 1943. Alleen vliegen ze over Apeldoorn, voorzover Zapfe weet. Maar in feite is het Arnhem, ze zijn uit de koers geraakt. Vermoedelijk is de navigator, zijn landgenoot Henry Freeman, door een treffer gewond geraakt, Zapfe hoort althans niets meer van hem via de boordradio. Ze naderen dan ook niet Alkmaar maar Leiden. Dat weet wel Oberfeldwebel Heinz Vinke die op het vliegveld van Bergen met zijn nachtjager omhoog is gecommandeerd. De Duitse radar heeft de Halifax opgepikt en Vinke wordt er via de radio feilloos naar toe gepraat. Dat hij net als de bommenwerper alleen is, deert hem niet. Anders dan de mannen in de Halifax is hij een ervaren piloot op een snel en wendbaar jachtvliegtuig, een Messerschmitt ME-110. Hij koerst richting Leiden. Boven de Overveerpolder in Oegstgeest krijgt hij de Halifax in het oog. De eenzame, trage bommenwerper is met zijn nieuwe bemanning geen partij voor de Messerschmitt met Vinke aan de stuurknuppel. Deze schiet de HR 836 om 02.24 uur neer. Zapfe ziet hem niet eens. Heinz Vinke zal hem negen maanden overleven.

Zware bommenwerper van het type Halifax B GR/II Series I

 

De neergeschoten bommenwerper komt terecht in de Morsebelpolder, nu Haaswijk, onder het oostelijk eind van de tegenwoordige Kleyn Proffijtlaan, tussen waar de weg linksaf buigt en het pleintje met het busstation. Sinds 2009 staat daar een monumentje.

Een Halifax B GR/II Series I is niet een klein vliegtuig. Het heeft vier motoren en een spanwijdte, de breedte over de vleugels, van 32 meter; de grootste lengte is 30 meter. Het achterste deel van de romp blijft half boven de grond uitsteken en kan worden geborgen. Het voorste deel van de romp echter, met de vleugels en de cockpit, belandt goeddeels onder waar zich nu de voortuinen van de huizen aan de zuidzijde van de weg bevinden. De tip van de rechter vleugel en de cockpit komen onder het asfalt van de zuidelijke rijbaan te liggen, de cockpit ongeveer in het midden tussen de beide bochten. Ze liggen daar nog.

Op 27 mei 1943 wordt Merton Earl Zapfe zonder veel plichtplegingen door de Duitsers begraven op het ‘military cemetery Oestgeestleiden’, zoals dat in de Canadese krant zal komen te staan. Ook zijn zes collega’s zijn om het leven gekomen. Green, Black en Rochester kunnen gemakkelijk worden geborgen en worden ook op die datum begraven. Met de andere drie, Freeman, Gibbs en commandant Rigby, ligt het echter anders. Van hen zijn slechts enkele ledematen geborgen. Deze zijn gezamenlijk begraven in een dubbelgraf, met de drie grafstenen aaneen geplaatst om deze gang van zaken te symboliseren.

De ouders van Sergeant Black
Het was de wens van de in Richmond, Surrey, wonende ouders van Alastair Black dat zij nog op aarde met hun zoon zouden worden herenigd. Met het oog daarop is de urn met de as van Norman Black op 1 juni 1960 in het graf van Sgt Black bijgezet. Aanwezig waren de in Zuid-Afrika wonende broer van Sgt Black, een officier van de Royal Air Force, en leden van het Oorlogsgravencomité Oegstgeest. Op 16 mei 1989 gebeurde hetzelfde met de as van Black’s moeder, Jean Black.

Drie bemanningsleden blijven achter    

Het voorste deel van de romp van de Halifax is bij het neerkomen verder in de diepte doorgeschoten dan de rest van het vliegtuig, tot onder de laag klei die ter plaatse in Haaswijk ligt. De Duitsers, onder wier leiding de mannen door Nederlanders werden geborgen, achtten het niet mogelijk en nodig om van de drie mannen meer dan enkele ledematen te bergen. Deze konden niet worden geïdentificeerd. De paar gevonden ledematen, die van twee mensen leken te zijn, werden in twee kisten bij hun wel geborgen collega’s begraven onder twee kruisen met de tekst ‘Onbekend’ erop. Bij de latere herbegrafenis werden deze resten in één kist begraven. De lichamen van de laatste drie inzittenden bleven achter in de bodem van Haaswijk.
Naar aanleiding van een onderzoek naar vermiste militairen door de RAF in oktober en november 1945 is er door de RAF tussen 28 december 1945 en 31 januari 1946 nog wel een poging gedaan tot berging van de rest van het toestel. Dat liep echter op niets uit omdat ze in het koude, ontoegankelijke gebied op een verkeerd punt de vele op de kaart aangegeven sloten begonnen te tellen. Men kwam dus op een verkeerde plaats uit, vond niets – wel een motor van een ander toestel waarvan de herkomst nog steeds een raadsel is – en trok wellicht iets te gemakkelijk de conclusie dat de restanten blijkbaar geheel waren verbrand. In werkelijkheid zijn romp en staartstuk echter door verschillende ooggetuigen in redelijke staat waargenomen.

 

Flying Officer John Edward (Ed) Rigby.

Bemanning Halifax HR 836
   

1. Flying Officer John Edward Rigby, piloot, commandant, 21 jaar. Zoon van William Albert en Ethel Rigby, Appley Bridge, Lancashire, Engeland.
2. Flying Officer Thomas Herbert Green, bommenrichter, 25 jaar. Zoon van Charles Lewis Green en Fanny Selina Green; echtgenoot van Daisy Ellen Green, College Green, Bristol, Engeland.
3. Flight Sergeant Henry Graham Freeman, navigator, 24 jaar. Zoon van Arthur Charles Freeman en Mary Etta Freeman, Britannia Beach, British Columbia, Canada.
4. Flight Sergeant Merton Earl Zapfe, staartschutter, 20 jaar. Zoon van Mr. en Mrs. W.P. Zapfe, Saskatoon, Saskatchewan, Canada.

 

5. Sergeant Alastair Milner Hood Black, boordwerktuigkundige, 25 jaar. Zoon van Norman en Jean Black; echtgenoot van Winsome Noel Gardiner Black, Richmond, Surrey, Engeland.
6. Sergeant Aubrey Edgar Perrin Rochester, radiotelegrafist/boordschutter, 33 jaar. Zoon van Edgar en Beatrice Maud Rochester; echtgenoot van Doris Temperance Rochester, Swindon, Wiltshire, Engeland.
7. Sergeant Henry John Gibbs, boordschutter, 18 of 19 jaar. Uit Engeland.

De zeven grafzerken van de bemanning van de Halifax. De drie stenen van Freeman, Gibbs en Rigby zijn tegen elkaar geplaatst, op oorspronkelijk twee graven.

Monument in Haaswijk

Op 4 mei 2009 is een monumentje geplaatst op de plek waar de Halifax is neergestort en drie lichamen in het toestel zijn achtergebleven. Het krantenknipsel toont een van de nabestaanden die bij de onthulling aanwezig waren. Het is David Rochester die nog maar een peuter was toen zijn vader, Aubrey Rochester, sneuvelde en bij het Groene Kerkje werd begraven.

Knipsel uit een Engelse krant. Op de foto de zoon van Aubrey Rochester bij het monument in Haaswijk.