William Hayward Mahaney

De twee regimenten, zie Tedcastle, tellen samen zo’n duizend man. Die verbleven niet allemaal tegelijk op Oud-Poelgeest. Meteen de eerste dag al bleef de 90th Battery in Leiden en ging de 54th met een deel van de 2nd Battery door richting Aalsmeer. Ook alle andere onderdelen waren voortdurend elders; alleen de regimentshoofdkwartieren bleven permanent op het terrein. De onderdelen klaagden soms zelfs over grote drukte: ‘duties and more duties’ en een enkele keer waren er te weinig mannen om een taak uit te voeren. De taak van deze soldaten, die onder leiding stonden van luitenant-kolonel R.M. Bishop, de commandant van  het 2nd Light Anti-Aircraft Regiment, was dan ook niet gering. Ze moesten Duitse voorraden opsporen, inventariseren en bewaken: wapens, munitie, voertuigen, brandstof, voedsel, enzovoort. Bewaking was nodig om de voorraden te beschermen tegen de uitgehongerde Nederlandse bevolking maar ook tegen het eigen Canadese personeel: de superieure Duitse Luger pistolen en verrekijkers waren zeer gewild, om maar te zwijgen van de drank. En passant moesten nog aangetroffen Duitsers worden opgepakt en onder bewaking richting Duitsland worden gestuurd. En dat in een zeer groot gebied, dat liep van Woerden tot aan de kust en van de Amsterdamse havens tot in Rotterdam ten zuiden van de Maas.

De commandant liet zich zo nodig vervoeren in de Piper ‘Grasshopper’ die in de oorlog had gediend als ‘Air Observation Post’. Het vliegtuigje werd ook gebruikt om een paar keer per week post heen en weer te brengen; het hockeyveld aan de Hofbrouckerlaan diende als start- en landingsbaan. Daar kwam nog bij dat de mannen, die in de laatste maanden van de oorlog nauwelijks rust hadden gehad, om de beurt in groepjes verlof kregen. Die gingen dan meestal voor tien, later twaalf dagen naar Engeland maar ook naar Brussel of Parijs. Canada zat er voorlopig nog niet in.

Canadezen op Oud-Poelgeest.

 

Ook werden tussendoor overwinningsparades georganiseerd in Leiden, Den Haag en Rotterdam; telkens opnieuw werden de voertuigen daarvoor weer mooi olijfgroen geschilderd. De Canadezen kwamen, kortom, handen tekort. Dat verklaart waarom er op 18 mei 1945 slechts 23 Canadezen aanwezig waren toen de Oegstgeestenaren hen een zanghulde kwamen brengen met een, volgens het verslag, duizendkoppig koor, dat daarvoor dagenlang had gerepeteerd. Dit evenement is daardoor in het collectieve Oegstgeestse geheugen opgeslagen als een enigszins teleurstellende ervaring. Ten onrechte: de Canadezen hadden domweg geen tijd. Maar om aan deze gelegenheid toch nog een feestelijk tintje te geven hadden de Canadezen wel de moeite genomen een echte generaal op te trommelen: de artilleriecommandant van de Canadese Eerste Divisie, Brigadier W.S. Ziegler DSO nam de bloemen en de zanghulde in ontvangst.

 

Generaal Ziegler neemt de Oegstgeester zanghulde in ontvangst. Hij wordt toegesproken door prof.mr.dr. J.P.M. Mensing.

De Canadezen mengden zich in zekere mate ook met de plaatselijke bevolking. De gereformeerden onder hen kerkten bijvoorbeeld in de ‘St. Paulus Reform Church’, samen met de plaatselijke gelovigen. Op 12 mei zat de kerk stampvol militairen: ‘order of service as laid down by 1st Cdn Army for the King’s Day of Prayer’. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat bij die gelegenheid de ‘Church Parade’ verplicht was. Volgende keren kwamen er aanzienlijk minder mannen; bij een van die gelegenheden was het overste Bishop die de lezing deed.

In het bijzonder lagen de Oegstgeester meisjes goed bij de Canadezen. In hun War Diary is sprake van ‘friendly young females’. Jan Wolkers schreef er diverse keren afgunstig over: de Hollandse jongens hadden geen kans meer bij de vrouwen, onder wie veel verpleegsters uit het in Oegstgeest gevestigde Diaconessenhuis.

 

Daarbij stak onvermijdelijk het verschijnsel geslachtsziekte de kop op. De Canadese leiding trachtte dit tegen te gaan door bekend te maken dat geslachtziekten weliswaar goed te behandelen waren maar dat hiervoor wel een periode van drie maanden stond. Daarop volgde de mededeling dat derhalve soldaten met een dergelijke ziekte de eerste drie maanden na behandeling niet naar Canada konden worden gerepatrieerd. In hoeverre dat geholpen heeft, is niet bekend.

De Canadese aanwezigheid op Oud-Poelgeest heeft anderhalve maand geduurd. Op 11 juni vertrok het 1st Anti-Tank Regiment naar Bilthoven. Het 2nd Light Anti-Aircraft Regiment bracht op 21 juni de kanonnen naar Nijmegen ‘to be turned in’ en vertrok op 23 juni 1945 naar Huis ter Heide.

Canadese kanonnen verlaten Oegstgeest, hier op de Leidsestraatweg.

Overlijden Mahaney    

Intussen was er echter nog een gunner verongelukt. Op 30 mei verdronk William Hayward Mahaney, 51th Battery, 1st Anti-Tank Regiment, Royal Canadian Artillery, om elf uur ’s avonds in ‘the canal near camp’. Dat moet de Haarlemmertrekvaart geweest zijn. Hij was een zoon van Hayward en Isabel Mahaney. Hij liet zijn vrouw, Mary Ann, en twee kinderen na in het Schotse Kiltarlity, Inverness-shire. Hij was een goed soldaat, al vanaf Ortona in Italië chauffeur van de keukenwagen, iedereen mocht hem graag.
Op 31 mei 1945 vuurde een erepeloton drie salvo’s af boven de laatste geallieerde soldaat die bij het Groene Kerkje is begraven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rechts: Grafsteen William Hayward Mahaney

 

Uit het oorlogsdagboek van het 1st Anti-Tank Regiment, 31 mei 1945.