Marie Wilhelm Jaeger

De Sectie Munitie van de 5e Compagnie Aan- en Afvoertroepen heeft de zorg voor de munitieaanvoer van de Lichte Divisie. Het is een relatief moderne divisie, alle militairen zijn mobiel, dit in tegenstelling tot de andere Nederlandse divisies die vast in stellingen liggen. De soldaten van sommige eenheden verplaatsen zich per fiets. Bij manoeuvres en in geval van oorlog kunnen zij zich echter laten bijstaan door een van de Autocompagnieën van het Korps Motordienst. Die beschikken over een flink deel van de ongeveer 12 000 auto’s die in 1939 van bedrijven en particulieren zijn gevorderd. De 5e Compagnie Aan- en Afvoertroepen is bij de mobilisatie in 1939 opgericht. Zowel de commandant als de onderofficieren, korporaals en soldaten, in totaal ruim 80 man, zijn bij de compagnie gedetacheerd vanuit het Korps Rijdende Artillerie, waarvan een depotafdeling in Oegstgeest is gelegerd. In mei 1940 ligt de compagnie in het midden-Brabantse Boxtel. Als het oorlog wordt, zullen ze worden ingezet bij de verdediging van Rotterdam en Den Haag. De oorlogsbestemming is Bleiswijk.

Op 10 mei breekt de oorlog uit. Op die dag vertrekt de compagnie om 8.30 uur richting Moerdijkbrug, de munitie in de vrachtauto’s, de mannen op de fiets. Tussen Oisterwijk en Moergestel maken ze contact met de 4e Autocompagnie van het Ve Bataljon Korps Motordienst. Van deze compagnie maakt de Luitenant Jaeger deel uit.

Wim Jaeger werd op 23 januari 1904 geboren in Leiden, aan de Rijnsburgerweg. Later verhuisde het gezin naar de Raadsherenbuurt. Zijn vader had een groot aantal functies in Leiden, waaronder die van directeur-eigenaar van de Leidsche Nettenfabriek, lid van de gemeenteraad, agent van de Nederlandsche Bank en verdienstelijk cellist. Wim deed eindexamen aan het Stedelijk Gymnasium en studeerde daarna rechten in Leiden. Na het behalen van de meesterstitel ging Jaeger in militaire dienst, waar hij na de opleiding werd benoemd tot Vaandrig, later Tweede Luitenant. 

 

Marie Wilhelm Jaeger

Toen hij in 1939 werd gemobiliseerd, was hij reeds lang bevorderd tot Eerste Luitenant. Intussen is hij getrouwd met de bijna vier jaar jongere Hester Cornelia van Schouwen uit Rotterdam, Hetty voor intimi, met wie hij twee zoontjes heeft. Ze hebben gewoond in Deventer en Arnhem en zijn daarna verhuisd naar de IJsselkade in Zutphen. Jaeger is daar directeur van wat aanvankelijk de Geldersche Credietvereeniging was maar in 1936 is overgenomen door de Nederlandsche Handel-Maatschappij (die na de oorlog met De Twentsche Bank fuseert tot de ABN).

Aanval door Duitse vliegtuigen    

De fietsen en manschappen van de Sectie Munitie worden op de auto’s van Jaegers Autocompagnie geladen en het geheel zet de tocht voort. Intussen is bekend geworden dat de Moerdijkbrug is ingenomen door Duitse luchtlandingstroepen. De plannen worden daarom gewijzigd: niet Bleiswijk zal de bestemming zijn maar Ottoland, tussen Gorkum en Schoonhoven. Daarvoor moeten ze bij Waalwijk de Bergse Maas over, via een pontonbrug.

Het tijdelijke graf van de Reserve 1ste Luitenant M.W.Jaeger, in Groot-Ammers

 

Deze heeft een beperkte capaciteit, zodat er een file van 300 militaire voertuigen ontstaat, waarvan het laatste nog in Loon op Zand staat te wachten. De Sectie Munitie bevindt zich op dat moment met de voertuigen van Jaegers Autocompagnie op de weg naar Kaatsheuvel, in de Loonse en Drunense Duinen. 

Het is 13.00 uur. Vanuit het zuiden naderen Duitse vliegtuigen. Zij vallen de colonne aan, eerst met bommen, daarna met mitrailleurvuur.

Iets dergelijks overkomt diezelfde middag Klaassens en Niemeijer, zoals hierna is beschreven. Anderhalf uur later volgt er weer zo’n aanval. In totaal komen er zes militairen om het leven, twee raken zwaar gewond, waarvan er één op 19 mei overlijdt. De Reserve Eerste Luitenant Mr. Marie Wilhelm Jaeger is een van de gesneuvelden. Hij is door bomscherven getroffen.

’s Avonds doet de commandant van de Autocompagnie aangifte van het overlijden van de zes bij het gemeentebestuur van Groot-Ammers, aan de Lek. De volgende avond al worden vijf van hen daar begraven, waaronder de Luitenant Jaeger; de zesde gaat naar Kaatsheuvel. Hetty Jaeger blijft achter met hun zoontjes van twee en vier jaar. Zij zoekt haar toevlucht bij haar schoonouders in Leiden en gaat wonen aan de Julianalaan in Oegstgeest. Op 8 juni 1940 wordt het lichaam van haar man overgebracht naar zijn graf bij het Groene Kerkje. De naam van Hetty Jaeger zal daar in 1996 ook in de steen worden gebeiteld, als haar as door haar kinderen is verstrooid.

Familiegraf van de familie Jaeger. Links bovenaan is Luitenant Jaeger vermeld.