Oegstgeest tijdens de oorlog

Aanval op Nederland

Oegstgeest had in 1940 minder dan de helft van het huidige aantal inwoners, en tegelijk was de grondoppervlakte meer dan twee keer die van nu. Het zuidelijke deel van de Leidse Merenwijk hoorde erbij, Rijnsburg tot aan de Sandtlaan en vooral het deel van Leiden ten zuiden van de Wassenaarseweg tot aan de Oude Rijn met Rhijnhof en het Haagse Schouw, inclusief een deel van de Hoge Mors. Dat had overigens geen effect op het aantal geallieerden dat hier is begraven. Die zouden er ook zijn gekomen als Oegstgeest toen de huidige grenzen had gehad. Het was wel van belang voor het aantal Nederlandse militairen dat in Oegstgeest het leven liet op of vlak na 10 mei 1940, de eerste dag van de oorlog. Veel van de ruim 60 gesneuvelden die bij het Groene Kerkje lagen, zouden er niet hebben gelegen als Oegstgeest zich toen niet had uitgestrekt tot aan het Haagse Schouw. Oegstgeest lag midden in het oorlogsgebied. De Duitsers hadden het oogmerk Den Haag te bezetten, de regering uit te schakelen en de Koningin gevangen te nemen. Zo zou de moraal van Nederland in één klap zijn gebroken en zou de oorlog in feite gewonnen zijn. Met het oog daarop zouden de drie toenmalige vliegvelden rond Den Haag, Ockenburg, Ypenburg en het dichtbij Oegstgeest gelegen Valkenburg, met behulp van parachutisten en door met vliegtuigen aangevoerde luchtlandingstroepen van de 22. Luftlandedivision worden bezet, en zouden ook de belangrijke verkeersknooppunten worden ingenomen. De Duitsers stuurden minstens 74 transportvliegtuigen naar deze regio, waarvan 12 met parachutisten en 62 met andere luchtlandingstroepen. 

 

In Valkenburg landden 53 Duitse vliegtuigen, de rest werd neergeschoten of landde aan het strand of in de duinen. In totaal kwamen rond Valkenburg minstens 1200 Duitse soldaten aan de grond. In de vroege ochtend van 10 mei kon dat in Oegstgeest worden gehoord en gezien. Er werden onmiddellijk Nederlandse troepen naar toe gestuurd, uit Oegstgeest (het IVe depot van de Bereden Artillerie en een depotafdeling van het Korps Rijdende Artillerie, de ‘Gele Rijders’, die bij kasteel Oud Poelgeest was gelegerd), uit Leiden (meest nog in opleiding) en uit Katwijk, Noordwijk, Sassenheim, Lisse, Hillegom en Haarlem. Er werd hard gevochten, en met succes. Het onverwachts door de Duitse elitetroepen ingenomen vliegveld werd weer terugveroverd en het Haagse Schouw, ook al door de vijand bezet, werd met grote persoonlijke moed heroverd. Van de Duitse officieren werd 42% uitgeschakeld en van hun onderofficieren en manschappen 28%. Vrijwel alle vliegtuigen werden in brand geschoten of anderszins onbruikbaar gemaakt. Van de zijde van Ypenburg en Ockenburg werden soortgelijke successen gemeld. Den Haag bleef vrij, de Duitse opzet was volledig mislukt, zij het dat het dorp Valkenburg nog zwaar beschadigd in Duitse handen was. Aan de Nederlandse soldaten in onze omgeving heeft het niet gelegen dat Nederland op 14 mei 1940 moest capituleren. Ruim 200 van hen sneuvelden en werden begraven in alle dorpen in de omgeving, voor een groot deel bij het Groene Kerkje in Oegstgeest, en ook op een tijdelijke begraafplaats bij de Postbrug op de grens met Sassenheim, zie Na de oorlog.

Bezetting van Oegstgeest

Nederland werd door de Duitsers bezet en dus ook Oegstgeest. Dit heeft voor de Oegstgeester bevolking allerhande diep ingrijpende gevolgen gehad, waarop in het boek ‘Oegstgeest in bange dagen’ uitvoerig wordt ingegaan. Joodse dorpsgenoten werden naar kampen afgevoerd en later vermoord, Joden doken onder, woningen werden door de Duitsers gevorderd, de burgemeester werd vervangen door een Duitsgezinde, en de gemeenteraad werd buiten werking gesteld. Er kwam een ‘spertijd’ (uitgaansverbod voor ’s avonds en ’s nachts), metalen voorwerpen, waaronder kerkklokken, moesten worden ingeleverd ten behoeve van de oorlogsindustrie, radio’s (televisie was er nog niet) moesten worden ingeleverd en de pers werd gecensureerd om de bevolking eenzijdig te kunnen informeren. Later moesten mannen verplicht deelnemen aan de Arbeitseinsatz in Duitsland; wie dat niet wilde, moest onderduiken. Eten werd steeds moeilijker te krijgen en moest worden gedistribueerd, zodat er een organisatie moest komen die eten voor onderduikers ging regelen. Iedereen moest alert zijn op de buurman voor het geval die lid was van de NSB of die je om een andere reden wilde verraden. Enzovoort, enzovoort, enzovoort. Er waren overigens ook goede dingen: wildvreemden hielpen elkaar, er heerste een geweldige solidariteit en sommigen konden na de oorlog vaststellen dat ze nooit meer zo hebben gelachen als in die tijd. Maar dat was dan wel pas na de oorlog.

Een gevolg van de oorlog was de zorg die moest worden besteed aan het begraven van de 15 geallieerde vliegers die op of bij Oegstgeest zijn neergestort. Dat was niet steeds gemakkelijk, aangezien de regie hierover bij de Duitsers lag. In het begin zorgden die er nog voor dat de bemanningen met militaire eer werden begraven, in de latere jaren werden ze zonder veel omhaal, maar wel netjes, in hun graf gelegd.

 

Een ander effect van de oorlog was het ontstaan van het Verzet, de mannen en vrouwen die het niet ‘pikten’ en al dan niet met een wapen in de hand tot daden van verzet overgingen. In de eerste jaren gebeurde dat nog schuchter en op kleine schaal, later vond men elkaar, kwam er meer lijn in, kwam er coördinatie vanuit Engeland en werden de acties intensiever. Vaak had dat verzet te maken met de zorg voor de vele onderduikers (Joden, mannen die wilden ontkomen aan de verplichte inzet in de Duitse oorlogsindustrie, verzetsmensen zelf), maar ook met het verschaffen van informatie aan de geallieerden en het laten ontsnappen van neergestorte vliegers en dergelijke. Tegen het eind van de oorlog werden de Binnenlandse Strijdkrachten opgericht (BS), met als doel mee te helpen bij de bevrijding en het handhaven van orde en rust na de bevrijding. Vele verzetsmensen werden, al dan niet door verraad, door de Duitsers opgepakt en gefusilleerd of kwamen op een andere manier om het leven. Een van hen ligt begraven bij de H. Willibrord kerk, zes bij het Groene Kerkje. 

De vernielde brug over het Oegstgeester Kanaal, bij het Groene Kerkje, opgeblazen in oktober 1944