Jan Jules van Nes

Begin 1943 weigert de student Jan van Nes de ‘loyaliteitsverklaring’ te tekenen. Hij komt uit een goed nest. Zijn vader is Dr. Cornelis Pieter van Nes, orthopedisch chirurg, die bij vakgenoten bekend staat als een even begenadigd als onverschrokken operateur. Hij is hoofd van de Anna Kliniek, de orthopedische kliniek van het Academisch Ziekenhuis (nu LUMC) die is gelegen achter de Vogelwijk in Leiden (tegenwoordig is daar de Bosuilstraat en de Groene Spechthof). Op en na 10 mei 1940 werden daar vele botfracturen binnengebracht, een flink aantal van de bij Oegstgeest '40-'45 genoemde Nederlandse militairen werd daar verpleegd, maar dokter Van Nes heeft in de juiste kringen ook bekendheid verworven als degene die altijd bereid is om in zijn kliniek goede vaderlanders een tijdlang aan het zicht van de Duitsers te onttrekken. Hij stopt ze gewoon met een ernstige aandoening in bed.

Zoon Jan is op 19 juni 1918 in Amsterdam geboren. In 1935 verhuist het gezin van Groningen, waar Van Nes sr. chirurg is, naar de Boerhaavelaan in Leiden, waar hij hoofd van de Anna Kliniek is geworden. Jan gaat als zoveel artsenkinderen ook medicijnen studeren, in Leiden. In 1940 haalt hij zijn kandidaatsexamen en krijgt hij als dienstplichtige in het leger de rang van Aspirant Reserve-Officier van Gezondheid. Zijn verloofde is Maria Theodora Tepe uit Heemstede.Door de oorlog wordt verder studeren moeilijk. De universiteit wordt na de protestrede van Cleveringa enige tijd gesloten en colleges en tentamens gaan soms wel, soms niet door. De ene keer gebeurt dat legaal, de andere keer illegaal, soms op de universiteit, soms bij een docent thuis. Hoogleraren nemen uit protest ontslag, en er moet rekening worden gehouden met docenten en personeelsleden die er politiek verkeerde ideeën op na houden.

  Bovendien is het sinds 1943 officieel alleen nog maar mogelijk te studeren als de student zich door middel van een ‘loyaliteitsverklaring’ heeft verplicht trouw te zijn aan het Duitse gezag. Het overgrote deel van de studenten (86%) weigert een dergelijke verklaring te tekenen, waaronder dus Jan van Nes.

Jan van Nes.

 Tewerkstelling in Duitsland

Op 6 mei 1943 komt de mededeling dat studenten die geen loyaliteitsverklaring hebben afgelegd, zich voor de ‘Arbeitseinsatz’ (verplichte tewerkstelling in Duitsland) moeten melden bij de commandanten van de ‘S.S. und Polizeisicherungsbereiche’. Van Nes doet dat niet en duikt onder, onder meer bij zijn oom en tante in Rijsoord. Maar uiteindelijk krijgen de Duitsers hem toch te pakken. Vanwege zijn medische achtergrond wordt hij als verpleger tewerkgesteld in een barakkenkamp voor voornamelijk Russische en Poolse krijgsgevangenen, bij Stockerau, Nieder-Österreich, in de omgeving van Wenen. Hij is daar zieke gevangenen behulpzaam, zoveel als in zijn vermogen ligt.

Artsen uit het in Stockerau liggende Städtisches Krankenhaus doen ook dienst in het kamp. Door zijn deskundigheid, onder meer  op het gebied van het gipsen van botbreuken, valt van Nes hen op. Zij vragen hem in het ziekenhuis te komen werken, en hij doet dat.

In het kamp, waar hij ‘woont’, tieren echter als gevolg van de ondermaatse hygiënische toestanden de luizen en de vlooien welig. Van Nes wordt ziek, krijgt hoge koorts, hoofdpijn, huiduitslag, en voelt zich uiterst beroerd. Hij wordt met tyfus opgenomen in ‘zijn’ ziekenhuis. De ziekte is vaak dodelijk zonder behandeling met de juiste antibiotica. Die zijn er niet. De Duitse autoriteiten geven het bericht van Jan’s ziekte door aan de Nederlandse, die weer contact opnemen met zijn ouders. 

 

Dokter Van Nes doet op 6 maart 1944 door middel van een brief via een Duitse ambtenaar nog een poging de Duitsers te vermurwen hem naar zijn zoon te laten reizen, maar dat mag niet meer baten. Op diezelfde dag al is Jan Jules van Nes in alle vroegte gestorven in het Städtisches Krankenhaus in Wien-Stockerau.

Zijn laatste woorden waren voor zijn zuster, zijn moeder, zijn verloofde en zijn Schepper. De non Zuster Luitraud heeft Jan in zijn laatste uren bijgestaan. Zij doet daarvan ontroerend verslag in een brief die zij stuurt tot troost van de nabestaanden, waaronder zijn zus Hélène. Deze wordt meer dan een halve eeuw later bijgezet in zijn graf bij het Groene Kerkje, waarheen Jan Van Nes in 1947 is overgebracht.

Begrafenis van Jan van Nes in 1947.